Omschrijving
De Fontana De Torres is de monumentale fontein op de Piazza della Vittoria, het centrale plein van Brindisi. Gebouwd in 1618 om een door epidemieën getroffen stad van water te voorzien, is ze een klein monument voor een Spaanse gouverneur en voor de oude Romeinse aquaducten.
Ze bestaat uit twee marmeren bekkens: een groot exemplaar beneden vangt het water op dat uit een kleiner bovenbekken spuit. Dat bovenste was oorspronkelijk een doopvont: in de middeleeuwen werd er door onderdompeling in gedoopt, en het werd voor de fontein hergebruikt.
Op de fontein eert een Latijnse inscriptie gouverneur De Torres, koning Filips III van Spanje en de onderkoning van Napels, de hertog van Osuna. Ze herinnert ook aan de schade die de Normandische koning Willem I de Slechte aan de aquaducten had toegebracht.
In de zeventiende eeuw was het plein in tweeën gedeeld: het plein van de edelen, met de Sedile en de klokkentoren, die allebei zijn gesloopt, en het plein van het gewone volk, waar de voedselmarkt werd gehouden. De fontein stond op dat laatste en diende vooral de verkopers.
In de zomers van 1617 en 1618 werd Brindisi getroffen door epidemieën die veel slachtoffers eisten, vooral onder de Spaanse soldaten die in de stad gelegerd waren. Voor water moest je helemaal naar de toren van San Giorgio, waar het oude aquaduct liep.
De gouverneur, de Spaanse kapitein Pedro Aloysio de Torres, besloot toen het water naar de stad te brengen door de Romeinse leidingen weer in gebruik te nemen, en liet drie fonteinen bouwen: deze was de belangrijkste, omdat ze het centraalst lag.
Betalen moesten de welgestelde burgers, ieder naar vermogen. De gouverneur liet op de muren van hun huizen het verschuldigde bedrag schrijven, berekend op basis van het loon van de arbeiders.
In maart 1715 hield de fontein door gebrek aan onderhoud op met water geven. Burgemeester Stanislao Monticelli liet haar herstellen, en op 26 oktober van dat jaar spoot het water weer.
Ze bestaat uit twee marmeren bekkens: een groot exemplaar beneden vangt het water op dat uit een kleiner bovenbekken spuit. Dat bovenste was oorspronkelijk een doopvont: in de middeleeuwen werd er door onderdompeling in gedoopt, en het werd voor de fontein hergebruikt.
Op de fontein eert een Latijnse inscriptie gouverneur De Torres, koning Filips III van Spanje en de onderkoning van Napels, de hertog van Osuna. Ze herinnert ook aan de schade die de Normandische koning Willem I de Slechte aan de aquaducten had toegebracht.
In de zeventiende eeuw was het plein in tweeën gedeeld: het plein van de edelen, met de Sedile en de klokkentoren, die allebei zijn gesloopt, en het plein van het gewone volk, waar de voedselmarkt werd gehouden. De fontein stond op dat laatste en diende vooral de verkopers.
In de zomers van 1617 en 1618 werd Brindisi getroffen door epidemieën die veel slachtoffers eisten, vooral onder de Spaanse soldaten die in de stad gelegerd waren. Voor water moest je helemaal naar de toren van San Giorgio, waar het oude aquaduct liep.
De gouverneur, de Spaanse kapitein Pedro Aloysio de Torres, besloot toen het water naar de stad te brengen door de Romeinse leidingen weer in gebruik te nemen, en liet drie fonteinen bouwen: deze was de belangrijkste, omdat ze het centraalst lag.
Betalen moesten de welgestelde burgers, ieder naar vermogen. De gouverneur liet op de muren van hun huizen het verschuldigde bedrag schrijven, berekend op basis van het loon van de arbeiders.
In maart 1715 hield de fontein door gebrek aan onderhoud op met water geven. Burgemeester Stanislao Monticelli liet haar herstellen, en op 26 oktober van dat jaar spoot het water weer.